|
Ham.Kaas.Anannas.
(voor: T.Johannes Fang King en Heer Godefrooij)
Het is bijna 3 uur en in een studenten cafe in de provincie stad zit de schilder bier te drinken. (dab) Hij kijkt naar het meisje achter de toog wat hem schijnbaar niet meer lijkt te willen kennen. Het is zondag nacht/maandag ochtend. De studenten societeit is practisch leeg. De schilder besteld een nieuw dabje.
Het meisje achter de bar belt en praat over sluitings tijden, voordat ze de laatste ronde kan aankondigen aan de schilder vraagt de schilder of ze een taxi voor hem kan regelen. Prima. Buiten staat een spierwitte taxi, de schilder wil naar Arnhem, Onderlangs 9. Is een adres in Arnhem, de schilder kan daar ook niets aan doen meld hij verontschuldigend aan de taxi chauffeur. Vooruit betalen. Vijfenzeventig gulden, het intereseerd de schilder weinig.
Op 24 jarigeleeftijd heeft de schilder zich ingeschreven voor een cursus vrije kunst, dag opleiding, aan de hogeschool voor de kunsten te Arnhem. Er bestond geen twijfel dat hij zou toegelaten worden, zo wel bij de toelating commisie als de schilder zelf. Een groot aantal indrukwekend ogende schildeijen wist de schilder in foto vorm aan de commisie te tonen en de vier opdrachten voor toelating aan het instituut had de schilder handig omzeilt in zijn vaardigheid van de technieken. (Al was hij voor zijn toelating slecht beperkt tot het medium 'breien', dan was de schilder nog met open armen ontvangen aan deze aan zich zelf twijfelende, op falliesement afstormende kunst academie.)
De witte taxi glijd over de verlaten provincie weg richting Arnhem. De schilder rookt, maar de taxi chaufeur is daar niet van gedient. De schilder draait het raam open en mikt zijn peukje weg en mompelt een verontschuldiging. hij denk aan zijn sjagje wat daar op het asfalt ligt uit te gloeien en probeert uit het raam te kijken de donkere ochtend in. De ochtend schemer verkleurt langzaan maar onvermijdelijk het platte rivieren land. In Arnhem aangekomen laat het koude lente ochtend licht de stad zien zo als ze is.
De schilder gaat op te trappen voor het Rietveld gebouw zitten nadat hij de taxi chaufeur heeft weg laten rijden met een ruime onverdiende fooi. Het witte wagentje schiet krachtig over de brug en de schilder kijkt naar het water oppervlak van de Maas. Hij rookt. De schilder is in de war, na bijna twee jaar onderhandelen met de leraren van het kunst instituut over of de schilder nu wel of niet inzicht heeft in de Kunsten. Hij kreeg zijn propedeuse pas na anderhalf jaar mee op last van een geinig video filmpje wat hij bij wijze van voldoen aan de opdracht had gemaakt. Daar was de schilder nog steeds teleurgesteld over. Als dat inzicht is, dan laat maar dacht de schilder bitter. Maandag ochtend, het eerste dagdeel bestond uit schilderles, geklooi met verf mengen, schaduwen maken, complementaire kleuren en naakte mannen en vrouwen na schilderen. De eerste twee uur van dat dagdeel bestond eigenlijk uit een klagende leraar en een rokend en koffie drinkend model. Om een uur of elf kwammen de rest van de leerlingen opdagen met hun excuses en gebrek aan materiaal en geld om het aan te schaffen.
De schilder was in de war en het restje alcohol in zijn lijf maakte het dat hij niet goed nadacht. Hij moest naar binnen, naar de schilderles. Het grootte Rietveld-aquarium oogde onwerkelijk groot en ondoordringbaar aan voor de kleine schilder. Er was zojuist begonnen aan een renovatie actie van het gebouw. steigers, baksteenen en plastic lagen om en zaten tegen het gebouw. Hij koos het kleinste raam wat hij kon vinden en besloot daardoor ingang te maken tot het gebouw. (Waarschijnlijk uit respect voor het smerige glazen gebouw en hoe het vervallen was tegen heer Rietvelds verwachtingen in.) Een baksteen ging door een bijna twee meter hooge ruit, ongeveer 40 cm breed (a 175,-, maar daar kwam ik later pas achter)
na wat scherven uit het kozijn te hebben geplukt en mijn rechter wijsvinger serieus gesneden te hebben verkoos ik de in gang tot mijn school. Ik viel bijna van een trap af omdat het raam dat ik gekozen had boven een trappenpartij zat. Lange lege donkere gangen liep de schilder door totdat er een hels alarm afging. Men kan er iets bij voorstellen omdat men het wel eens op tv heeft gezien. Maar als zo'n alarm afgaat terwijl je zelf de inbreker bent is het ineens een heel ander verhaal. toch had het alarm niet een dringende aanklacht op de schilder. hij liep naar de toiletten en roldedaar een vlink stuk wc papier van de rol om het bloed uit zijn vinger optevangen. Er was niemand in de gangen van de academie te bespeuren, slecht het alarm loeiede pijnlijk in de schilders oren. hij ging naar het opslag hok waar hij vaak met de assistente van het grafiek lokaal materialen had opgehaald, inkt, papier, zure en zoute gom en dergelijke. Daar rookte de schilder bevend een onhandig gevouwen sjaggje. tot dat hij stemmen hoorde, zittend op het betonnen vloertje, kijkend naar de omgeving waar hij in andere omstandigheden was geweest, begon hij de idiotrie van de situatie intezien. De schilder stampte zijn peukje uit en liep gedaan richting de stemmen. Twee politie agenten in de hal van het lege school gebouw stonden te overlegen of ze het bureau moetsen inlichten of er honden moesten komen om opzoek tegaan naar de schijnbare inbreker. De schijnbare inbreker kwan er al aan gestrompeld met op lullige wijze zijn handen in de lucht. Op ruw wijze werd de schilder gehandboeid, waarschijnlijk waren de dienstdoende agenten angstiger voor de schilder dan de schilder was voor de dienstdoende agenten. De schilder voelde dat en bood zijn welgemende verontschuldigingen aan. De schilder mocht een nachtje door brengen in het kleinste politie celletje wat hij ooit had gezien. Een antaal celletjes verder op zat een crimineel zijn claustrofobisch angst uit te schreeuwen en op de deur te bonken. Zo bracht de schilder een antal uurtjes door op het politie bureau te arnhem. De schilder werd vrij gelaten met de boodschap om aangedane schade (a 175,-) te voldoen aan de hoge school voor de kunsten te arnhem opdat er geen proces verbaal aangemaakt hoefte te worden. Bevend, zonder veters en met een nare korstige wond op zijn rechter wijsvinger stond de schilder bij de geld automaat om daar de 175'- uit te tappen op weg naar dehoge school voor de kunsten te Arnhem. Ze waren voorbereid, bij de HKA wachten de directeur (Godefrooij) en mentor (Tjou Fang Johannes King) op de schilder. Johannes probeerde eerst even de actie als een artistieke actie te intreperteren, maar de schilder wist hem onmiddelijk van dat idee af te helpen. (De schilder begon over inzicht in de kunsten, en de mentor wist dat het wijselijk was om niet in discusie te gaan met een schilder die een nacht heeft doorgebracht in een een kroeg en een arnemse polietie cel, zonder slaap) De schilder rekende netjes af met de derecteur van het kunst circus (a 175,-) Bedankte beleeft voor de twee weken schorsing, maar wist dat hij daar nooit meer terug zou komen.
De schilder wist nu waar hij aan toe was. De schilder wilde huilen. Daar de schilder een prachtig vriendintje onderhield hoeftte hij niet naar zijn moeder toe om voor de zoveelste keer zijn schijbaar zo goed kijkende oogjes uit zijn kopje te janken. Aldus stapte hij in de trein naar zijn woonplaatts en wagelde naar het zolderkammertje van het prachtige meisje omdaar zijn van viezigheid vergeven oogjes schoon te huilen. In de warme armen van het meisje aan wie dit verhaal is aan opgedragen natuurlijk (niet aan T.Johannes Fang King en Heer Godefrooij)
Donderdag 22 maart 2001
|