|
de dag dat de opera werdt afgeschaft
Vandaag zoals iedere kunstschilder in deze moderne tijden betaamt gaf ik het moderne kunstschilderen op en besloot mijn giga talent aan een andere kunstvorm te verkwisten. Ik verliet het gebouw dat mij op dat moment huisde en stapte in mijn, op illigale wijze verkregen automobiel. Het merk van het voertuig, voor mensen die daar geintreseerd zijn weet ik niet meer. Laat staan wat voor een type nummer of hoeveel liter benzine (of diesel, kerosine, amphitamine, gekristaliseerdeoctaanprepanoaatemulsie) per kilometer het landvoertuig nodig had om vooruit te komen. Maar het transport ding was in iedergeval Cadnium geel met een hint van Scarlet Lake rood, maar dat kon ik niet zien wan ik was tenslotte geen kunstschilder meer, de wereld wilde meer van mij. Aldus haalde ik met een onbetaamelijke vaart een vuilniswagen in en reed een vuilniszak aan. Ik sprong enthousiast uit de wagen. De twee vuilnismensen, een was duidelijk van vrouwelijke gelachtigheid keken verbaasd hoe ik de zojuist omgereden verzameling geinspireerd stond te bekijken alsof het een leeg doek en een verzameling verf betrof. -Dit is het-, riep ik, terwijl ik de gemeente werkers gebaarde om uit de buurt te blijven van deze compositie van menselijke rest vormen. Met onbegrip grepen de rommelophalers naar de wapens die ze voorhanden hebben. Bezems, schoppen, lege flessen en dergelijke, het was net het hoogtepunt van een Limburgse bruiloft. Er volgde een gevecht, maar van mijn kant geen beschijving daar van. (Ik wil dit verhaal graag in Taptoe zien gepubliceerd namelijk.) Uiteinedelijk win ik. Een rij ongeduldige expostie gangers staan zich al klaar te maken voor de vernissage van de geboorte van deze nieuwe kunstvorm. Geduldig claxoneerde achter mijn notoire gele automobiel. Deze wagen is overgens al twee maal op de nationale televisie geweest, maar dat was voor dat het pracht mobiel in mijn bezit kreeg en in het programma -opsporing verzocht-. Dit word een succes denk ik mezelf denken. Zorgvuldig zet ik de ruimte af waarin dit kunstwerk zich moet afspelen met oranje pionen die de vriendelijke vuilnisfiguren mij tevergeefs in afweer mij hebben toegeworpen. Duidelijk is in de doormij zojuist geschepte creatie de hand van een groots kunstenaar te zien, een vast besloote van richting en dynamiek. Een band met het stadsleven en gebruikmakend van (illigale) moderne technieken. Toch blijft vroegere in het werk van deze jonge kunstenaar relatief aan zijn huidige werk, het blijft het toevalselement behouden, het is snel en het is rommel.- hoor ik mezelf de journalist van de Volkskrant al voorzeggen. Het is een levend-stervend meesterwerk van mijn geliefde mede mens. Mens der mensen, die deze vuilniszak hebben gevuld met onschatbaar waardevolle iconen van hun dagelijkse bestaan, onweetend wat er mee zou gaan gebeuren. Een werklijk objectief portret. In mij bestond slechts de taak om deze tekende levenresten tot leven te brengen in de wereld van het betekende beeld. De afvalzak was tot mijn vreugde slechts gevuld met maandverband en lege wijnflessen. Die mag je niet door de wc spoelen dus komen ze in de befaamde restafvalzakken terecht. Het betrof duidelijk een ecologisch verantwoord iemand die ik mezelf geportreteerd had. Zo sta ik daar dus een beetje hardop binnensmond te filosoferen over deze nieuwe vernieuwende kunstvorm die ik me totaal eigen zal gaan maken totdat ik ruw gestoord wordt met de vraag of ik gestoord ben. De vraag werd opgeworpen door een man met een enorme bier buik en een autoradio in zijn klauw. Ik kijk met enige moeite om de man heen in mijn gele voertuig om te kijken of mijn Blauwpunt nog aanwezig is in mijn model. -wat sta je nu dom te kijken.-bekt de man mij toe zonder mij tijd tegeven om een antwoord te verzinnen op zijn eerste vraag. -Ik ben kunstenaar-probeer ik als alles omvattend antwoord te geven om de situatie net iets verwarender te maken dan dat hij toch al niet is. De man lijkt hier over na te denken, in ieder geval begint zijn toch al wat opgeblazen kop flink aan te rooien. Nu wil ik niet meer bedenk ik me, de omgeving begint een beetje vijandelijke kleur aan te nemen en is zeker niet het idieale miliue om een nieuwe kunst vorm te introdiceren. Hoe kom ik hier veilig weg? Iets stoms zeggen, dat werk altijd.(In mijn geval wel maar ik heb veel ervaring daar in.)-U heeft volgens mij teveel gedronken.- vertel ik de man betekenisvol knikkend naar zijn gigantische bierbuik. -Ik zal wel even de brandweer bellen op mij gsm-ga ik verder wijzend naar de branden vuilniswagen. Dan schijf ik wel even een BTW bon uit voor de autoradio-meld ik afsluitend terwijl ik vriendlijk tegen zijn Multitech Showmodel(MS)300 autoradio tik en knipoog. Deze verwarring geeft me genoeg tijd om in mijn auto te stappen en rustig de drukte te verlaten. Wordt ik ook nog bijna aangereden door een heuse branweerwagen. (Ik zag hem niet aankomen, maar ik hoorde wel wat.) Gelukig zijn de muze mij goed gestemd vandaag want ik herinner me dat een paar straten verderop een glasbak staat. Als ik voldoende snelheid weet optebouwen en hem juist weet te raken wordt dat een prachtig nieuw kunstwerk, denk ik hoop vol
|